dinsdag 2 november 2021

Klits, klats, klander!

 

In onze tijdelijke woning in Friesland staan we zo voor onze eigen uitdagingen. Net terug van vakantie in Spanje valt de temperatuur in huis wel erg tegen. Vocht is ook zo’n dingetje, maar ja, wat wil je als je de helft van je huis met een boot deelt. Het water klotst letterlijk tegen de slaapkamer-, hal- en badkamermuur aan. 

We hebben geen CV maar boven in de woonkamer wel een houtkachel. Meteen in de eerste week van ons verblijf heb ik les gekregen in hout stoken. Dat heb ik nog nooit van m’n leven hoeven doen, of mogen doen, want er was altijd een man die dat alleenrecht had. Zeg maar categorietje barbecueën waarvan legio mannen denken dat alleen zíj dat kunnen. Maar Lieuwe vindt het fijn als hij in een warm huis thuiskomt en hij is een goede docent. Behalve de praktijk krijg ik ook een gedegen theorieles over nat en droog hout, trek, vergassing en knijpen. Intussen hebben we ook nog de badkamer en onszelf verwend met een straalkacheltje zodat er op de slaapverdieping in ieder geval één ruimte is waar je niet staat te bibberen. We komen er wel.

Eigenlijk is er op dit moment nog één uitdaging die op ons wacht; de klander. Je leest het goed, geen typefout, de klander. Het is een beestje dat hoort bij de snuitkeverfamilie en dat klinkt best schattig, maar als je er zo’n 50 à 60 dagelijks van de muur moet plukken dan is het koddige er wel een beetje af. Ik tref ze trouwens net zo goed aan op de tafel en zelfs op mijn krant! Wáár komen ze vandaan? Graan en meel is meestal de bron maar dat is hier nergens. Ook geen vogelvoer of oude zak op zolder voor zover wij weten. Elke dag inspecteer ik met de keukenrol in de aanslag de wanden. Denk ik net klaar te zijn…zit er weer een. Ze blijken van warmte te houden, nou dat kunnen ze krijgen als ik het keukendoekje met de collectie klanders en al in de gloeiende houtkachel gooi. 

Ik probeer me rustig te houden maar het werkt me aardig op de zenuwen. Heb het eerlijk gezegd ook nooit zo op insecten gehad, in ieder geval niet in huis. In een museum op zo'n prikkertje vind ik ze interessant, maar ze moeten niet te monsterlijk zijn. Of op zo'n botanische tekening uit de gouden eeuw, prachtig. Maar van sommige beestjes wil je niet eens wéten dat ze bestaan. Vooral niet te goed je tuin inspecteren, beetje op planthoogte blijven zeg maar, dat is beter voor de gemoedsrust.

Tijdens mijn dagelijkse stofzuigrondje schuif ik een bloempot opzij. Hé, daar ligt veel aarde op de grond zeg… of zoiets. Leesbril op. Nee zeg, klánders! En ze zijn alweer op weg om de huiskamer te veroveren. Maar dat gaat niet gebeuren! Ik zet de stofzuiger erop en gooi de plant naar buiten. Beestjes, ik vind ze prima als ze maar buiten blijven en mijn ruimte respecteren. En nu  maar hopen dat we het ergste hebben gehad.

maandag 27 september 2021

Natuurhuisje

Het is maandagochtend en ik lees nog even dat artikel in de zaterdagkrant. ‘Ook koffie?’ vraagt Lieuwe. ‘Ja graag’, reageer ik. Shit, ik heb me nog niet eens opgemaakt en zit al aan de koffie! De verslapping treedt in, maar we zíjn niet op vakantie…

Dat gevoel hebben we hier wel op onze nieuwe stek. Het is heerlijk rustig, water en weilanden om ons heen, één met de natuur. En alles is anders dan normaal. Dilemma’s als: doen we de houtkachel wel aan of toch niet, we moeten zo nog weg. Dan maar een extra vestje. In de badkamer hoef ik alleen mijn gewicht van links naar rechts te verplaatsen om de hele ruimte te kunnen bereiken. We staan elkaar nooit in de weg want er is maar plaats voor één. Een slaapkamer van ca 7,5 vierkante meter… wanneer had ik die ooit? En die moet ik ook nog delen. In de keuken hoef ik ook maar één stap opzij te zetten om in alle lades en kastjes te kunnen. En elke avond staan we zij aan zij af te wassen, de taken eerlijk verdeeld.  Mijn laptop op tafel geeft aan dat hij wil opstijgen, het is een oudje, maar waar is nou een stopcontact… En stipt om acht uur zitten we voor de tv klaar voor het journaal. Hier geen pauze, terugspoelknop of programma gemist. Vandaar… het vakantiegevoel.

Gisteren heb ik een rondje bos gelopen. Bij het huis hoort namelijk ook een bosje. En een dijk. Hoe bijzonder is dat, je eigen dijk? Het gras op de dijk is gemaaid maar de brandnetels staan al weer vervaarlijk hoog voor mijn korte sokjes. Rechts de oneindigheid van de plas, links, wat lager gelegen, de weilanden bevolkt met grote groepen ganzen en een zilverreiger hier en daar. Als ik ze op honderd meter ben genaderd stijgen ze op als één, deze vreemde vogel kennen ze niet en vertrouwen ze niet. Met een hoop kabaal trekken ze over om uiteindelijk een weiland verder weer neer te strijken.

Het bosje is totaal overwoekerd door kreupelhout en braam. Ooit heb ik er met Lieuwe hout gekapt voor de kachel, dat wil zeggen, ik knipte de langste braamtakken weg om een soort pad te creëren  en hij zette dan uiteindelijk de kettingzaag in de geselecteerde boom. Een heikel avontuur want hoe snel kan je wegkomen in zulke begroeiing als het ‘van onderen’ klinkt?

Bij het bosje hoor ik ineens hard geritsel. Geen muis of vogel, nee hárd geritsel. Iets groots dus. Wat zou het zijn? Een vos, een ree of toch die ene wolf? In ieder geval geen wildzwijn, die zijn meer van de Veluwe. In de namiddag hebben we al een paar keer reetjes het weiland zien betreden. Zo leuk om ze in je achtertuin te hebben. Maar die maken geen enkel geluid over het algemeen. Toch mijn pas maar wat versnellen dan, je weet maar nooit.

Na het bosje volgen er nog een paar weilanden die ik moet kruisen. Geen koeien deze keer, slechts een enkel aangekleed paard. Tijdens een vorige wandeling stuitten we wel op een weiland vol koeien. En prompt begon mijn lief te vertellen over een stier die een boer op de horens had genomen en hoe vaak hij het zelf op een rennen heeft moeten zetten. Van die fijne onderwerpen op zo’n uitgelezen moment. En intussen kwam de ene na de andere nieuwsgierige kop omhoog en begon er een voorwaartse beweging in de groep te ontstaan. Hoe dan ook, het bleek dat ik veel harder kon lopen dan ik voor mogelijk had gehouden.

woensdag 8 september 2021

Next move: Muiden

 

Ondanks het prachtige weer van de laatste dagen heb ik me toch aan de onvermijdelijke klus gezet: inpakken.  Want over een week gaan we verhuizen.

Wat?! Alweer? Ja, alweer. Nu zou je bijna denken dat verhuizen een hobby van ons is maar zo zit het niet helemaal in elkaar. Hoewel ik het idee van een nieuwe start op zich wel altijd omarm. Het is waar dat mijn lief twee jaar geleden naar Joure is verhuisd en dat ik vorig jaar de grote oversteek van Gelderland naar Friesland heb gemaakt. En dan hebben we het nog niet eens over de verhuizingen in de vier jaar daarvoor en het inrichten van La Vista Verde.

Je zou kunnen zeggen dat corona een rol heeft gespeeld in onze beslissing. Geen echt werk meer buitenshuis, een nieuwe woonplaats waar je alleen in je eentje met een kapje op de boodschappen mag doen, dat helpt niet echt om te integreren. En dan het besef dat een groot deel van onze familie, vrienden en kinderen zo ver weg zitten en even langskomen niet van harte gaat (‘in de trein al die uren  een kapje op is geen doen mam…’).

Dus het roer gaat om, en hoe. Van een superhuis aan het water met alle ruimte en rust die je kunt wensen gaan we naar een appartement in de drukte van Muiden onder de rook van Amsterdam. In een nieuwbouwwijk met jonge gezinnen, stellen en singles van alle leeftijden en diverse pluimage, met een paar winkeltjes en een beetje horeca. De snelweg horen we er nèt niet, de vliegtuigen echter wel. Ons blok wordt een bijzondere plek met voornamelijk gelijkgestemden, een soort hofje waar we in ieder geval de tuin en parkeergarage zullen delen. Hoeveel er nog meer gedeeld gaat worden zal de tijd ons leren maar we verwachten er veel van. Nieuwe fase, nieuw avontuur.

Het duurt alleen nog tot volgende zomer voor ons appartement klaar is. En 1 oktober moeten we ons huidige huis uit zijn. Gelukkig hebben we een prachtige oplossing gevonden voor de tussenliggende periode in de vorm van een zomerhuis aan het Tjeukemeer. Het wordt een soort kamperen bij de boer aan het eind van een doodlopend weggetje en vereist enige aanpassing want er is bijvoorbeeld geen CV, nog geen internet of wifi en TV komt niet verder dan de eerste drie kanalen geloof ik. Maar wie heeft TV nodig met zo’n uitzicht over de weilanden, rietvelden en het weidse water? En hoe knus zal het zijn op het kleed voor de knetterende houtkachel? En tijdens de koude nachten vinden we de warmte wel bij elkaar onder de wol. Eens kijken hoe warmbloedig mijn Fries nu eigenlijk is!

Ga ik ons huis missen? Jazeker! Vooral de heerlijke tuin, de prachtige luchten en weerspiegelingen in het water, onze vissen met wel 50 kleintjes die we helaas niet groot zullen zien worden en niet te vergeten onze ganzen. En als ik eerlijk ben ook heel erg… de afwasmachine.

zondag 25 juli 2021

Even niets

In coronatijd gebeurde er soms te weining om over te schrijven. En soms gebeurde er juist veel te veel dat je niet weet waar te beginnen. Dat laatste is ons overkomen dus schrijf ik nu even over het heerlijke niets. Morgen hebben we weer van alles te doen maar dat is voor een volgende blog. 

Het fijne van vakantie is dat je de tijd even kunt vergeten. Althans als je geen familieleden van een vliegveld moet halen of op tijd moet zijn vanwege een coronatijdslot bij attractie of restaurant. Mijn lief is normaliter steevast van het 6-uur journaal en wil ook altijd weten hoe laat het is zodra hij 's ochtends zijn ogen opent wat het gevoel van tijdloosheid niet echt bevordert. Etenstijd bijvoorbeeld zou aangekondigd moeten worden door een rommelende maag en niet door de wijzers van de klok, toch?

Juist op vakantie maakt iemand mij altijd bewust van mijn eigen tijdsbesef; het witte streepje om mijn pols verraadt me. Ik ben altijd van de klok geweest, altijd stipt op tijd of liever nog te vroeg maar zeker nooit te laat. Toen ik op een gegeven moment voor mijn werk op maandagochtend twee uur moest rijden (van Heerenveen naar Nijmegen) en ik bij elke vertraging de volle twee uur in de piepzak zat of ik wel op tijd zou komen, ben ik milder voor mezelf geworden. Vriendinnen, die sinds mijn verhuizing naar Friesland op anderhalf uur afstand wonen, mogen accepteren dat de reis weleens wat langer kan duren dan gepland. En aangezien niemand een te vroeg arriverende gast kan waarderen in onze jachtige tijd, dan liever wat te laat.

Op vakantie probeer ik mijn mobiel te negeren. Even geen appjes, mailtjes of pushberichten en aanbiedingen alsjeblieft. En al helemaal geen reviews! Ik moet toegeven dat het niet helemaal lukt, verre van zelfs. De krant, die mis ik wel, of eigenlijk vooral het gevoel van belangrijke dingen te missen. Maar gelukkig word ik altijd bijgepraat door mijn lief die me op de hoogte houdt, gevraagd en ongevraagd, over coronacijfers in NL, de gekte op de huizenmarkt, wateroverlast in het zuiden maar ook de insectenstand van het land. Ik mis dus niks.

Toch lukte het me tijdens ons recente verblijf in Spanje best om de tijd even te vergeten. En sterker nog, vooral nu we weer thuis zijn. Weliswaar nadat ik mijn agenda ge-update had en de meeste vriendinnen en kinderen zelf op vakantie waren gegaan. Het besef dat niemand iets nodig heeft, geen mensen op de zaak zijn, alleen vakantiegangers in het dorp; heerlijk, dat noem ik vakantie!


woensdag 19 mei 2021

Mist

Het is hoog tijd om de ramen te wassen. Dat gaat bij mij altijd volgens standaard protocol. Ik begin met een borstelbeurt van het huis. Niet met een handvegertje maar met een echte harde bezem op telescoopsteel. Ons huis is namelijk van hout. Als er iets is wat spinnen prettig vinden dan is het wel hout. Behalve onze ramen zitten onze wanden dan ook vol troep. De grote webben zitten wel bij voorkeur op en voor de ramen. In de avond hebben we dan ook altijd goed zicht op het betere trapezewerk van de beestjes als ze de oogst binnen halen. Het is een hele klus om die webben met een bezem te verwijderen. Paradoxaal genoeg is het werk dat ik verricht meestal de volgende dag al teniet gedaan. Maar dan hebben we in ieder geval 'vers vuil'. 

Ramen wassen heb ik eigenlijk nooit goed geleerd. Mijn moeder zei vroeger dat ze vliegen- en spinnenpoep van de ramen moest wassen. Tot in mijn volwassenheid heb ik gedacht dat dat een grapje van haar was, tot ik zelf mijn huishouden ging voeren en niet om de harde werkelijkheid heen kon. 

Studenten wassen geen ramen, althans, dat heb ik nog nooit meegemaakt. Waren mijn ramen niet vies in die tijd? Ik heb werkelijk géén idee, het viel me in ieder geval niet op. Tijdens mijn stage bij interieurzaak De Spits in Rotterdam worden een collega en ik  uitgenodigd om de ramen van de showroom te wassen, aangezien de poets ziek is. Het is mijn première en naar later blijkt ook dat van mijn collega. Met huishoudtrap, emmers en de blijkbaar benodigde gereedschappen togen wij naar buiten. Ik kom erachter dat hoogtevrees al bij de huishoudtrap begint. Halverwege een raam wisselen mijn collega en ik van plaats en mag ik de trap vasthouden en een natte spons aanreiken terwijl mijn collega zich in evenwicht probeert te houden bovenop de hoge trap. Eenmaal alle ramen (stuk of tien, van die enorme lappen!) in de zeep gezet, beginnen we van voren af aan met nu de trekker in de hand. De klus duurt een eeuwigheid maar het is warm, de zon schijnt en we vermaken ons best. 

Aangekomen bij het laatste raam worden we abrupt in onze bezigheid gestoord. Onze baas stormt naar buiten en roept ons toe waar we in vredesnaam mee bezig zijn. Of we even binnen willen komen ja, nu graag! Gedwee lopen we achter onze kokende baas aan. Eenmaal binnen draaien we ons om en zien we de oorzaak van zijn agitatie: we kunnen niet meer naar buiten kijken! Het lijkt wel of er een dichte mist de straat aan het zicht heeft onttrokken. De Spits heeft er nog nooit zo smerig bij gestaan. Het resultaat staat in schril contrast met onze tevredenheid over onze ongebruikelijke noeste arbeid. En de moed zakt ons in de schoenen als we te horen krijgen dat we opnieuw moeten beginnen, en wel heel snel en nu netjes! 

We doen het zo goed en zo kwaad als het gaat. Of uiteindelijk onze baas of wij wat hebben geleerd, dat laten we maar in het midden.

donderdag 8 april 2021

Vijverleed


'Er zit een reiger bij de vijver!' roept Lieuwe op een ochtend. Nee hè, wat nu? 'Zijn de vissen er nog?' We hebben ze bijna twee jaar geleden met zoveel zorg uitgekozen. 'Nou, hij heeft er twee te pakken', zegt Lieuwe stellig. Elke ochtend als we van de trap afkomen werpen we automatisch een blik op de vijver. Vanuit die hoogte kan je er perfect in kijken en, inderdaad, we zien nog maar vier vissen. Totdat een paar dagen later de vijfde vis zich alsnog laat zien. 'Nou, de schade is door de reigeractie beperkt gebleven tot één vis', zegt Lieuwe. Maar ik heb hoop, dankzij mijn niet te beteugelen optimisme. Vorig jaar duurde het ook even voor ze zich alle zes lieten zien, ondanks ons voeren en doorlopende grondige vijverinspectie, dus je weet maar nooit.

Lieuwe heeft zijn zoon aan de telefoon, ook zeer begaan met onze huisdieren, en doet verslag van het drama en dat we nog maar vijf vissen hebben. 'Dat wéét je niet!' roep ik vanuit de woonkamer, 'misschien is ie er nog!' Het blijft een twistpunt, maar wat is een relatie zonder verschil van mening. 

Onze vissen hebben intussen ook een naam gekregen, op basis van uiterlijke kenmerken natuurlijk. We hebben een 'vlekje', een 'streepje', een 'goldie', 'de grote witte' en 'de gevlekte'. En ook een 'minst mooie', de vis die nu ontbreekt. Blijkbaar kan ik me ook in een vis verplaatsen, want ik voel me schuldig. Wellicht hebben we de vis zijn kans op succes in het leven ontnomen door onze stigmatisering.

In ieder geval moet er een reigerafweersysteem komen anders is de vijver zo leeg. Het geavanceerde elektronische piepsysteem blijkt veel te duur. Met een net over de vijver zien we zelf de vissen niet meer. Voor glimmende bollen zijn we niet esoterisch genoeg. Uiteindelijk kiezen we voor een visdraad op hoogte langs en over de vijver gespannen. Die zie je vrijwel niet, eenden en padden kunnen er onderdoor maar het schrikt de reiger wel af. Althans, dat hopen we. Terwijl ik op mijn knieën druk bezig ben met het bevestigen van het draad tel ik weer onbewust de vissen. Zes! Ik tel er zes! Nadat ik mijn 'zie je wel, zíe je wel' feestje heb gevierd bedenk ik me dat deze vis in ieder geval een betere naam verdient. Misschien 'de verlegen' of 'de slimme vis'. Ik houd het op verlegen, het is gewoon een laatbloeier. 

'Roelie, je hebt een reiger gevangen!' hoor ik 's ochtends vroeg uit de tuin. Vanuit de slaapkamer zie ik een reiger half in de vijver, half op de rand. Hij kan geen kant op, heeft zich blijkbaar in één draad weten klem te zetten. Aangezien een reiger zelfs vijverfolie weet lek te prikken vind ik het een hele gedurfde onderneming om het grote dier los te maken. Maar Lieuwe benadert hem behoedzaam en met een handige greep, alsof hij dat dagelijks doet, pakt hij de reiger in één keer zowel bij de nek als zijn vervaarlijke snavel. Alleen lukt het hem niet om het dier te bevrijden. Gewapend met badjas en schaar snel ik de tuin in en schiet de worstelaars te hulp. Na een paar strategische knippen en wat gewriemel is het dier weer vrij en het leed geleden. Op het gras laat Lieuwe de reiger los en een paar versufte secondes later slaat hij zijn gerafelde vleugels uit en verlaat de onheilsplek.

'Die zien we niet meer', is Lieuwes overtuiging. Blijft echter wel de vraag; kwam hij voor of ná de maaltijd vast te zitten? Dat wordt weer vissen tellen de komende tijd... 

dinsdag 23 februari 2021

Lente en vrijheid


Vorige week stonden we nog met z'n allen op het ijs, vandaag zitten we ineens tussen de flierende fluiters in de zon. Krokussen hebben zich van de sneeuw blijkbaar niks aangetrokken en lijken zich met het uur  verder uit te breiden. Mogen we inderdaad al afscheid nemen van die saaie winter? 

Aan het begin vind ik winters wel leuk, wanneer een witte Kerst nog tot de mogelijkheden behoort, maar daarna vind ik ze meestal vooral lang en saai. Ik mis de zon en het fietsen gaat bij regen en gladheid na een paar valpartijen niet meer zo vanzelfsprekend. Daarbij heeft corona nu alles waarmee je het gezellig kon maken ook nog onmogelijk gemaakt.

De warme zon op mijn huid brengt me gek genoeg weer terug naar Elba, het wonderschone eiland waar we vorig jaar na de eerste lockdown naartoe zijn gevlucht. Om een vakantiehuis te ontdekken, te bewonderen en uiteindelijk toch achter te laten voor een andere koper. Maar dat kostte best moeite, zo'n prachtig eiland als het is. Met talloze baaitjes, na elke bocht weer een ander uitzicht, fantastische natuur en heerlijk Italiaans eten. Behalve prachtige ansichtkaartbaaitjes heeft Elba ook nog iets anders: een voormalige gevangenis. De plek heet Forte San Giacomo di Longone en ligt op loopafstand van het plaatsje Porto Azzuro.

Tijdens onze wijn overgoten lunch op een heerlijk terras bij de haven besluiten we ondanks de hitte toch een rondwandeling te wagen. Een prachtig met cactussen omzoomd pad leidt ons langs de grillige kust naar boven waar hoog op de kaap het fort is gesitueerd. We klimmen steeds hoger, het zweet prikt op ons hoofd en het uitzicht wordt met elke bocht spectaculairder. Diep onder ons kijken we dwars door het kristalheldere water tot op de zeebodem en zeilbootjes liggen lui te dobberen in de baai. De zon brandt onverbiddelijk fel en wordt nog eens extra door het water en de rotsen weerkaatst. Weinig genade op deze plek.

Aan de andere kant van de kaap vinden we koelte in de schaduw van een wachttoren hoog boven ons hoofd. De vriendelijke rollen prikkeldraad met scheermesjes sieren de bovenrand van de muur. En er komt een gedachte bij me op. Wat zou je als gevangene ambiëren; het uitzicht vanuit de Bijlmerbajes op beton en staal of deze vakantieromantiek waarbij je vanuit je opsluiting de eindeloze vrijheid van de toerist kunt aanschouwen? Is dat extra confronterend en pijnlijk omdat je er niet bij kunt, alleen verlekkerd naar mag kijken, of geeft dat juist hoop op het leven dat je straks mogelijk nog te wachten staat? 

Vorig jaar kwam het me heel cru over om gedetineerden zo met hun neus op hun vrijheidsbeperking te drukken. Maar na deze winter, en alle coronamaanden daarvoor, denk ik toch dat vooral hoop doet leven. Lente en vrijheid, wees welkom.

zaterdag 6 februari 2021

Droomhuis IV

(Wat vooraf ging: tijdens coronatijd zijn we afgereisd naar ons nieuwe zomerhuis in Spanje om te klussen en het beheer te regelen...)

Na een week hard werken komt onze eerste gast uit NL. Nu móeten we wel gaan genieten van onze werkvakantie in Spanje, maar dat kost natuurlijk geen enkele moeite. We wandelen langs de kust van Benissa over het ecologische pad en volgen de twee miljoen jaarlijkse bezoekers naar Guadelest. Dat ze er nu niet zijn is voor ons een meevaller. We lunchen aan zee, dineren bij Oustau in Altea (onze nieuwe favoriet) en tapassen op ons terras, een gebruik dat we ons heel snel eigen hebben gemaakt. 

In onze omgeving kan je geweldig wandelen en we besluiten om één van de bronnen te gaan ontdekken. Het is heerlijk weer maar aangekomen bij de voet van de Bernia blijkt het pad verder te gaan langs een rivierbedding en verdwijnt in het kreupelhout en in de schaduw. Hmmm, toch maar niet, zolang de zon er is willen we ervan genieten, het is al november tenslotte. Dus kiezen we voor het asfalt en slaan een slingerweg in die steil de berg op gaat. Stilstaan is er nu niet meer bij, de weg is zo steil dat we alleen nog maar door kunnen gaan om niet van de berg te rollen. Hijgend bereiken we eindelijk het hoogste punt en genieten we van het uitzicht. Hierboven zijn er geen huizen meer, alleen rotsen en natuur. Als we verder naar boven kijken dan valt het resultaat van onze klim toch tegen, zo te zien staan we nog steeds aan de voet van het massief. Maar we vinden deze eerste poging wel genoeg voor vandaag en vervolgen de weg weer naar beneden. 

Afdalen heeft trouwens ook z'n voordelen, je zweet niet en je ziet nog eens wat. Het typerende van deze weggetjes tegen de bergflank is dat er maar één entree is en één uitgang, uit veiligheidsoverwegingen. Met de auto is dat prima, maar rondjes lopen is niet helemaal ons idee van een afwisselende wandeling. Via google op de telefoon denken wij een verbinding te hebben ontdekt tussen twee weggetjes maar we stuiten op een ravijn. Aha, dat was dus dat ene streepje op de kaart dat we niet zo goed konden duiden. Aan de overkant zien we het beoogde pad, geheel buiten ons bereik. Het is niet de eerste keer dat onze wandeling bij een barranco strandt, klein verbeterpuntje. Maar het terras van de golfbaan is niet ver en we troosten ons met een verdiende versnapering.

Bij het tuincentrum in de buurt vergapen we ons aan de uitgebreide verzameling vetplanten, palmen en cactussen. Naast potten en planten treffen we er ook de kitch waar je in Nederland over struikelt; half ontklede betonnen dames met eeuwig stromend water uit een kan op schouderhoogte, beelden zoals op Paaseiland maar dan in een handzamer formaat, boeddha’s met een ongezond BMI en we zien zelfs een duplicaat van de dolfijn die bij ons zwembad staat en nog moet worden afgevoerd. Een blik op het prijskaartje doet me besluiten om het beest op marktplaats te zetten in plaats van bij het grof vuil. 

In Polop wordt op zondag rommelmarkt gehouden en we vinden allerlei leuke dingen voor huis en thuis. Naast een stoere Spaanse cowboyhoed scoort Lieuwe een soort primitieve landhak waarmee hij de keiharde grond van onze tuin te lijf wil gaan en ik vind een paar hamamdoeken voor bij het zwembad. Meewarig bekijkt Lieuwe mijn onderhandelingspoging. Met een tientje korting betaal ik volgens hem nog steeds de hoofdprijs terwijl ik me juist een westerse uitbuiter voel. Pingelen is niet aan mij besteed, ik heb dan ook al een spoor van dolgelukkige handelaren achter gelaten in Italië, Israël, Egypte en waar al niet meer.

Eenmaal thuis gekomen blijkt de tas met de afgeprijsde sinaasappelen, die ik de hele middag over de bloedhete markt heb gezeuld, uit mandarijnen te bestaan. Ah, ze leken me ook al wat klein inderdaad. Uitgeperst smaken ze lang niet zo lekker maar vooruit, ze staan heel leuk in de gescoorde antieke fruitschaal. We hebben nog een kleine week om erdoor te komen, dat moet toch lukken. 

Lieuwe haast zich naar de tuin om zijn middeleeuwse tuingereedschap uit te proberen. Het ding is een soort kruising tussen een bijl en een pikhouweel. Uit alle macht zwaait hij het martelwerktuig voor zich in de grond maar aangezien die nog het beste met beton is te vergelijken komt hij niet ver. Het blijft bij een geweldige workout, die echter niet zo goed is voor zijn rug. Behalve de grond hebben ook sommige planten een onderhoudsbeurt nodig. Hier en daar zijn de cactussen over datum, bruin geworden of zelfs afgebroken. Maar het is nog niet zo simpel om ze aan te pakken, letterlijk dan. Dikke stelen van wel meer dan een meter lang vol vlijmscherpe naalden liggen als een stapel Mikado XL stokjes op en door elkaar. Hoe ontwar je zoiets ongehavend? Niet dus. Vanaf het terras aanschouw ik Lieuwe's strijd. Een uurtje later meldt hij zich verslagen voor de tapas en geeft toe: de cactus heeft gewonnen. Mooi, daar hebben we straks een tuinman voor.

Aan het eind van de week moeten we nog haast maken om zowel een beheerder, tuinman als poolboy te strikken. Maar het lukt, en dat is maar goed ook want twee dagen na onze terugkeer in NL krijgen we een verrassend filmpje van onze beheerder. We zien een soort tsunami over ons terras richting de schuifpui spoelen. Een gesprongen waterleiding, ontdekt door de poolboy maar gelukkig adequaat afgehandeld door beheerder Nicolette. Poeh, zonder haar hadden we waarschijnlijk een mega binnenbad gehad met dito waterrekening. 

Wat verrassingen betreft, Lieuwe blijkt nog een paar souvenirs te hebben meegenomen. Terwijl we onze tanden poetsen in de badkamer zit hij voor de zoveelste keer over zijn geïriteerde huid te wrijven. Ik zet mijn leesbril op, ga door mijn knieën en begrijp dan de oorzaak van zijn klacht. En met een pincet trek ik één voor één vijf cactusverstekelingen uit zijn bil.

(La Vista Verde)

zondag 31 januari 2021

Nalatenschap

Als je privé omstandigheden veranderen kan het zinnig zijn om daar ook juridisch wat mee te doen. Mijn lief en ik melden ons bij een notaris voor het opmaken van ons testament. Nou had ik zo'n 25 jaar geleden al een testament laten opmaken. 'Ondertekend door professor Van Mourik, zo zo,' laat onze notaris niet na om op te merken. Net zoals het halve notariaat van Nederland heeft ook zij ooit les van hem gehad. Een charismatische autoriteit, dat was me ook wel bekend. Toch moeten ook deze stukken worden herzien, we zijn tenslotte alweer een heel leven en heel veel levenservaring verder. 

Het zijn niet de leukste dingen om over na te denken, wat er na je overlijden met je nalatenschap moet gebeuren, en we werken ons door de ingewikkelde materie heen. In eerste instantie komen er meer vragen bij dan er lijken te worden beantwoord. Van complex gaat het naar complexer en mijn lief klaagt over dit fantastische verdienmodel. We lezen ons in op het internet, zoeken naar voorbeelden en alternatieven en werken ons door e-mails en voorstellen heen. Maar diverse afspraken en discussies verder ligt er uiteindelijk een concept op tafel en zijn we tevreden met het resultaat.

Op de dag van de ondertekening van de akten wordt onze notaris vervangen door een collega. Zoals dat gangbaar is in notarisland worden de testamenten in een vrije maar niettemin wollige en plechtige samenvatting voorgelezen. Ik vraag me af of het zoeken naar andere woorden niet veel meer tijd kost dan het voorlezen van de letterlijke tekst, maar goed. Even krijgen we het gevoel dat we weer helemaal opnieuw moeten beginnen als hij ons vraagt of dit en dat wel echt onze bedoeling is. Ja alsjeblieft zeg, nu geen twijfel meer gaan zaaien, het was al moeilijk genoeg om tot dit resultaat te komen. We knikken eensgezind en hij gaat gelukkig weer verder met het volgende artikel.

Dan beschrijft hij mijn erfgenamen, '...dat zijn uw drie kinderen'. Drie kinderen! Wat bijzonder, ik ben ineens moeder van drie kinderen. Natuurlijk, ik heb wel drie kinderen gekregen maar zij hebben niet alle drie gelijktijdig geleefd. Sterker nog, wellicht zou het bij twee zijn gebleven als het noodlot niet had toegeslagen. Nog nooit heeft iemand hardop tegen mij gezegd dat ik drie kinderen heb. Een warme golf trekt door mij heen. Mijn lief en ik wisselen een snelle blik uit die de notaris niet ontgaat. Is er iets niet goed? vraagt hij ietwat onzeker. Nee hoor, het klopt wel, geef ik aan. Alleen één kind is al overleden. De notaris is zichtbaar van zijn stuk gebracht, stamelt een excuus en een 'ik wist het niet' en schuift wat met zijn papieren alsof het daarmee ongedaan gemaakt kan worden. 

Maar het geeft allemaal niks. Hij is zich totaal niet bewust van het onverwachte cadeau dat hij mij zojuist heeft gegeven. Dit is mijn enige echte nalatenschap en ik voel me ongelooflijk rijk!


zondag 10 januari 2021

Droomhuis III

Terwijl corona de wereld in zijn greep heeft vliegen wij nog één keer naar Spanje. De vorige keer zijn we tenslotte overhaast vertrokken waarbij we ons vakantiehuis aan haar lot hebben overgelaten. Dat kan niet zo blijven. Verhalen van krakers en plunderaars die huishouden onder de verlaten vakantiehuizen komen ons ter ore en ik slaap er niet beter van. Het is noodzaak om een beheerder aan te stellen die een oogje in het zeil kan houden. Ik doe een oproep in de spaanse facebookgroep en wordt bedolven onder het aanbod.

Als we het vliegtuig instappen proberen we niet te denken aan wat we mogelijk kunnen aantreffen. Een kakkerlakkenplaag, dakpannen afgewaaid, lekkage, ingeregend of inderdaad ongenode gasten? Zelfs de sloten hebben we nog niet kunnen vervangen en wie heeft er eigenlijk nog meer een sleutel behalve de Roemeense klusjesman? Op hoop van zegen.

Zodra we ons straatje inrijden zien we in ieder geval dat het huis er nog staat, zo te zien ongeschonden. De sleutel op het hek past ook nog steeds en hij draait met een grote zwaai open. Alles ziet er perfect uit. Beetje stof naar binnen gewaaid, maar dat kon ook niet anders met de badkamerramen zes weken open. Ook de watermeter laat geen alarmbel rinkelen. Het enige wat ons nu niet aanlokkelijk overkomt is het zwembad: één groene soep.

's Ochtends worden we wakker in een oase van rust. Hoewel, we zijn niet helemaal alleen want de golfbaan wordt nog steeds bespeeld. Laten we zeggen dat vooral de 60 plussers zich hier van hun actieve kant laten zien, al dan niet geholpen met de elektrische golftrolley. En dan bedoel ik niet de golfbuggy, daar is de golfbaan ook van vergeven. Nee, de golftas zelf, ook die wordt elektrisch bestuurd. Moe worden van sjouwen is er niet meer bij. Op ons terras zitten we eerste rang en we genieten van de inspanningen en al dan niet geslaagde resultaten van de senioren. We komen er snel achter dat ons huis in de goede hoek van de golfbaan ligt, wat wil zeggen aan de afslagkant. Aan de overkant weten heel wat golfballen het speciale vangnet te omzeilen en belanden ongewenst in tuin of zwembad. 

Naast de senioren hebben we nog een andere gast op de golfbaan: de hop. Een fantastische vogel met streepjesgewaad en enorme kuif op de kop. Verwoed probeert hij van alles uit het gras te pikken en het is een prachtig schouwspel. Met zijn lange snavel komt hij diep in de grond en doet zich tegoed aan insecten en zelfs kleine reptielen. Nooit eerder zo'n mooie vogel in het wild gezien, een bonus. Eekhoorns zitten achter elkaar aan in onze pinos en zorgen voor vermakelijk spektakel. Aan de tuin moet nog wel wat gebeuren, dat het te lang droog is geweest is eraan af te zien. Maar de meeste planten bestaan uit schijfcactussen, succulenten, yucca, banaan, aloë vera, agave, vetplanten en palmen en hier en daar een paar citrusboompjes. Met de juiste irrigatie moet het wel lukken. Werk aan de winkel dus.

Als we op dag twee bijna thuis zijn van een shopochtend in Altea, zien we een auto met hoge snelheid op ons afkomen. Met een uiterste ruk aan het stuur probeert Lieuwe de schade te beperken maar de appende bestuurder veegt ons zo van de weg. Middels acrobatische toeren weten we heelhuids uit de passagierskant van de auto te kruipen maar het is einde oefening voor onze huurauto: de hele zijkant is ingedeukt en ontzet. De bestuurder blijkt geen vaste woonplaats te hebben momenteel en, oh ja, toevallig ook geen ID. Gelukkig is de Guardia Civil snel ter plaatse en vult het Spaanse schadeformulier (had voor ons ook Chinees kunnen zijn), voor ons in. We zijn in ieder geval heel blij dat we niet met onze eigen auto naar Spanje zijn gekomen. Een uur later komt Paco, die gelukkig Engels spreekt, onze auto ophalen. Lieuwe rijdt met hem mee naar Alicante om een nieuwe huurauto te regelen en krijgt gelijk een spoedcursus Spaanse cultuur. Alle problemen en corona-ellende in dit toerismeland ten spijt overheerst nu de grootste zorg van allemaal: kunnen we straks wel Kerstmis vieren? 

Lieuwe is nog niet klaar met het vervangen van de sloten als de verhuiswagen uit NL voor komt rijden. In een mum van tijd staat onze woonkamer vol. We verdelen de spullen over de kamers en weten dat we vanavond weer in ons eigen bed slapen, hoe onwerkelijk dat ook is. De hele week zijn we druk met shoppen, verven, zagen, boren, uitpakken, omruilen, lijstjes maken, nog meer shoppen, kitten, gordijnen ophangen en schoonmaken. In de Chinamarket lopen we in onze zomeroutfit langs de kerstbomen en rieten rendieren. Ook het gereedschap dat we daar kopen is made in China want het gaat maximaal één klusje mee. De Ikea 30 kilometer verderop blijkt slechts een kantoortje te zijn waar je je bestelling kunt plaatsen. We leren elke dag bij zal ik maar zeggen. 

In de facebookgroep bied ik onze designverlichting aan. Het is geweldig om 's avonds gewoon door te kunnen verven maar aangezien wij niet in een tandartspraktijk willen wonen vervangen we de de lampen met gezellig Hollands licht. In onze favoriete interieurwinkel, waar we intussen vaste klant zijn, krijgen we onenigheid met de eigenaar over de korting op een paar lampen. We laten ons door hem niet beledigen en betalen een paar dagen later met plezier de volle mep in een ander filiaal.

Grof afval schijn je 'gewoon' bij de afvalbakken van de wijk te mogen plaatsen. Dat deze plek meteen als een soort afhaalstation functioneert blijkt wel als we dagelijks de berg zien slinken. Alleen het echte afval waar je niks meer mee kunt blijft liggen voor de wekelijkse ophaaldienst. Ook nu weer zijn we blij met de locatie van ons huis; direct naast de afvalbak lijkt ons eerlijk gezegd ook niet zo leuk.

We doen ons best om ons aan het Spaanse dieet aan te passen, en eigenlijk gaat ons dat vrij moeiteloos af. Onze koelkast raakt gevuld met wijn, kaas, olijven en ham. Wat de aankoop van gedroogde ham betreft, lukraak eentje uitkiezen kan duur uitpakken. De prijsverschillen zijn zelfs groter dan je bij wijn tegen kunt komen en het neusje van de zalm ligt net zo goed bij het kleine supermarktje om de hoek. Bij de kassa kom je daar trouwens wel achter, maar dan is het meestal te laat. 

In de avond zoeken we de horeca op die in Spanje nog gewoon open is en we ontdekken de tentjes en de Verdejo. Met vrienden spreken we af bij Saona in Javea, het restaurantje waar we van de zomer zo enthousiast over waren. Toen konden we nog net een plek bemachtigen terwijl de rij buiten op straat bleef groeien en we lang op onze bestelling moesten wachten. Maar nu is reserveren overbodig want de klandizie loopt vanavond niet verder op dan drie bezette tafeltjes. We hebben met de ondernemers te doen en mogen blij zijn dat ze überhaupt nog open zijn. In Altea en Benidorm zijn de meeste hotels dicht. Het wordt steeds stiller op straat en er wordt een avondklok ingesteld. Wat staat ons nog te wachten... (wordt vervolgd)

(La Vista Verde)

dinsdag 22 december 2020

Het sprookje dat Beekhuizen heet

Op een mooie winterdag gaan we logeren bij Boutiquehotel Beekhuizen. Beekhuizen en ik, wij delen een lange historie met elkaar. 

De allereerste keer dat ik 'op' Beekhuizen kwam was zo’n 25 jaar geleden tijdens een wandeling met mijn Nijmeegse huisgenoten. Een rondje over de Posbank, dat zou heel mooi moeten zijn. Het was eind oktober, de zon scheen en we genoten van de wandeling en het spectaculaire uitzicht over de restanten van de ijstijd. Jeetje, dit zou elke Nederlander eens moeten zien! Uniek, ongeëvenaard was onze overtuiging. Na een steile afdaling door het bos kwamen we bij een ruïne aan. Een bouwval langs een dromerig stroompje. Er stond ook een keet, bewoond door een paar krakers naar hun kleding en dreadlocks te oordelen. Ze hadden een soort terrasje ingericht en verkochten thee en kroketten die in de frituur bleken leeg te lopen. Op deze plek smaakte het er ons niet minder om.

De tweede keer dat ik langs Beekhuizen kwam was tijdens mijn allereerste rijles net voor mijn 30e verjaardag, een onverwacht cadeautje. Vanuit Rozendaal kronkelde de weg via haarspeldbochten omhoog. Ja dit ken ik, realiseerde ik me verheugd toen we weer naar beneden zoefden. Langs Beekhuizen voerde de weg een villawijk in. Je zult hier toch wonen, dacht ik bij mezelf, wat een voorrecht.

De derde keer dat ik bij Beekhuizen kwam was een jaar later. Ik mocht me ineens de trotse mede-eigenaar van een villa aan de gelijknamige weg noemen. En we werden vrienden, Beekhuizen en ik. Met Floor in de  mountainbuggy leerde ik alle romantische paadjes kennen. We liepen graag langs het bovenbeekje naar de waterval en zaten dan op het bankje de eendjes te voeren. We zakten diep weg in het altijd glibberige modderpad, regen of geen regen en verwonderden ons over de kabouterwereld die zich wel in het uitgesleten beekjesdal moest bevinden. En natuurlijk toonden we onze respect aan de twee eeuwenoude zomereiken van het landgoed. We haalden kikkerdril uit de vijver voor thuis, zagen hoe de rododendrons zich in het wateroppervlak spiegelden. Schaatsten op de vijver en gleden met de slee van de Keienberg. Avontuurlijk wild spotten in het bos net voor het donker. Met de fiets beklommen we de Posbank en dan was het de kunst om tot thuis helemaal uit te rollen zonder te trappen. En jaren later staken we regelmatig te voet de heuvel bij Herikhuizen over om op begraafplaats Heiderust broertje Joris te bezoeken.

Door al deze herinneringen heeft Beekhuizen een speciale plek in mijn hart. Hoe fijn is het dan ook om nu in dit prachtige hotel te kunnen overnachten. Het voelt helemaal thuis. Maar dat komt ook doordat familie Stoevelaar de sfeer zo goed heeft getroffen en er een adembenemende plek van heeft gemaakt. Rondom het centrale bakhuis bevinden zich de suites en lodges. Ook al is het coronatijd, de gezellige 'woonkamer' lijdt er niet onder. Naast de kerstboom vinden we een plekje voor het diner. Door het raam zie ik dat het stroompje nog altijd langs het gebouw en de rododendrons het bos in slingert.

In de vrieskoude ochtend maken we een laatste wandeling voor ons vertrek en dan stuiten we op nog een verrassing: ijshaar op het dode hout in het bos! Inderdaad, Beekhuizen blijft betoverend. 

vrijdag 13 november 2020

Droomhuis II

 

Na ons avontuur op Elba gaan we verder met onze speurtocht. Een huis op een eiland is erg leuk maar het moet wel goed te bereiken zijn. Dus met vliegveld. Vanuit Elba zagen we Corsica duidelijk liggen. Zou dat misschien wat zijn? Het is ruig met een prachtige cultuur en natuur. Maar ook met enorm bochtige wegen in niet al te beste staat. En het weer? Nog wat zuidelijker dan. Mallorca! Dat moet heel mooi zijn. Niet zo gek en druk als Ibiza, heel groen en goed met het vliegtuig bereikbaar. Avond aan avond spitten we de makelaarssites weer door. Behalve heel mooi is het eiland vooral ook heel duur. We treffen maar een paar huizen aan die net aan onze wensen voldoen en binnen budget blijven. Ook daar treffen we een bouwval, een finca met olijvenpers, grote haard in de keuken en eigen kapel. Aantrekkelijk, maar de locatie….daar hebben we wel wat twijfel over.

We proberen een vakantie naar Mallorca te plannen maar dan gaat de horeca in Palma deels op slot vanwege corona. Het is een signaal. We dwalen al surfend toch weer af naar het Spaanse vasteland en zien daar het ene na het andere prachtige huis langskomen. Geen moeilijk gedoe, ook geen eiland maar wel aan de kust die we zo leuk vinden en een huis wat bij voorkeur zo goed als klaar is. Het wordt Spanje.

In augustus reizen we af naar de Costa Blanca. Het vinden van de ‘juiste’ makelaar van het huis dat we willen zien is nog een hele klus. De Franse makelaar reageert niet op onze berichten. Via een Spaanse makelaar lukt het toch om een bezichtiging in te plannen. In de ochtend staan wij al voor het hek als hij aankomt op zijn scootertje. Het ziet eruit alsof hij er voor het eerst is. We moeten zelf maar rondkijken en als we vragen hebben dan hoort hij het wel. Het blijft wennen deze Spaanse gang van zaken.

Maar het huis is geweldig. Precies als in het filmpje van de Franse makelaar dat we vonden op internet. We dwalen door de kamers, bewonderen de tuin en vooral het fantastische uitzicht. De huidige eigenaar vond het nodig om het interieur te restylen dus alle rode tegels eruit en een soort keramisch laminaat erin. De wanden zijn spierwit geverfd en het lijkt net een bungalow in de populaire Ibiza-stijl. Helaas is de door ons gewenste authenticiteit zorgvuldig weggewerkt, maar we kijken er doorheen en zien de geweldige mogelijkheden. De buren van het huis schijnen Nederlanders en Duitsers te zijn. Dat is leuk, kunnen we hen in ieder geval verstaan.

Pak maar in, is onze conclusie, en doen een bod. De makelaar weet niet wat hem overkomt: échte kopers die een bod doen, en dat in deze tijd! ’s Avonds krijgen we het bericht dat het bod door de Belgische eigenaar is afgewezen. We komen terug met een iets hoger bod en de eigenaar laat weten er een paar dagen over te willen denken. Diezelfde middag neemt de Franse makelaar, van het leuke filmpje en waar we nog niks van hadden gehoord, contact met ons op. Als we nog geïnteresseerd zijn in het object willen we dan misschien een bod doen? Dan maken we nu een kans want er zijn momenteel een paar Zweden op het huis aan het bieden. Huh, een paar Zweden zijn met het huis bezig? Ik raak meteen in de stress. Straks is het huis weg! Maar Lieuwe zegt: die Zweden, dat zijn wij! Kleine vergissing maar wel grappig. Beleefd geven wij aan dat we al in onderhandeling zijn m.b.t. een object. Zou de verkoper nu al zijn makelaars aan het polsen zijn?

En dan wordt het spannend. We moeten nog een dag wachten en nemen meteen de tijd om zaken te regelen. Er moet een Spaanse bankrekening worden geopend, waarvoor stukken nodig zijn. NIE-nummer hebben we al via de ambassade geregeld. Paspoort, de energienota met ons huisadres in België en niet ouder dan drie maanden moeten we overleggen. Eh…wij zijn Nederlanders. Ach ja, maakt ook niet uit. Ook de aanslag inkomstenbelasting van afgelopen jaar. Loonstrook, uitkering of pensioenoverzicht, alle zekerheden die je maar kunt verzinnen en dat allemaal officieel vertaald in het Spaans of Engels. De Nederlanders van de B&B waar we verblijven kennen gelukkig nog een Vlaamse bankemployee zodat we het vertalen kunnen skippen. Het kantoor is wel 20 kilometer verderop maar dat hebben we er absoluut voor over. Er moeten stukken worden getekend, betalingen worden gedaan. Bij een filiaal in weer een andere plaats moet een handtekening voor akkoord worden opgehaald, alles heerlijk Spaans bureaucratisch. En dat is alleen nog maar om een bankrekening te kunnen openen.

Aan het eind van de dag wil de verkoper nog een paar dagen de tijd nemen voor zijn besluit, maar daar neemt Lieuwe geen genoegen mee. Dit is het finale bod en morgen moeten we het weten anders gaat het niet door. Punt. Door de zenuwen doe ik ’s nachts geen oog dicht. Ons geduld wordt op de proef gesteld maar aan het eind van de dag komt het verlossende bericht: bod geaccepteerd!

Binnen een week krijgen we het voor elkaar om alle zaken te regelen voor de overdracht. De eigenaar, die uiteindelijk Frans blijkt te zijn, ontmoeten we pas bij de notaris. Het is de bedoeling dat we het gehele bedrag direct aan de verkoper betalen en doen dat niet met de gangbare cheque maar, heel Nederlands, per pin. Nog nooit eerder maakten we via de pin zo’n groot bedrag over. Zoef, van onze rekening is het af, maar wanneer wordt het bijgeschreven bij de verkoper? De sleutels krijgen we alvast mee en een dag later volgt de bevestiging: we mogen ons officieel de trotse eigenaar van een vakantiehuis aan de Costa Blanca noemen!

De laatste dagen van onze vakantie brengen we door in ons nieuwe huis. De moderne budgetmeubels laten we afvoeren maar het bed, de eettafel en acht stoelen mogen blijven staan. Met een glas witte wijn in de hand hangen we decadent over de rand van het zwembad en genieten van het fantastische uitzicht. Meer is hier niet nodig.

Enigszins onwillig trekken we na vier dagen de poort voorlopig weer achter ons dicht. Van echt integreren is het nog niet gekomen. De linkerburen zijn niet aanwezig en blijken trouwens Noors te zijn en achter de heg aan onze rechterkant hebben we een paar keer Duits gehoord met een Zwitserse tongval. Die buitenlanders, ze lijken ook allemaal op elkaar. Volgende zomer nodigen we de buren, wat ze ook mogen zijn, uit op een Zweedse BBQ!

(La Vista Verde)

donderdag 15 oktober 2020

Droomhuis I

 

We zijn al een tijdje bezig om een familie-vakantiehuis te vinden. Onze wensen zijn vrij simpel: in een warmer land dan het onze, in de buurt van de zee, makkelijk bereikbaar en graag een mooi uitzicht. Twee jaar geleden dachten we ons droomhuis te hebben gevonden. Het lag op een heuvel aan de Spaanse kust, heerlijke avontuurlijke (lees verwaarloosde) tuin. Authentieke uitstraling met een Moors plonsbadje, donkere balken, rode tegels en een rond terras. Niet duur, maar het had dan ook nog wel wat werk nodig. Eerlijk gezegd was het meer een bouwval. Iets te riskant.

In september leerde ik tijdens een vriendinnenweekend de Marche in Italië kennen. Wat een pracht allemaal. Groen, rust, eeuwenoude dorpjes. En dan die taal en dat eten, heerlijk. Eind oktober reden Lieuwe en ik nog een keer doelgericht naar Italië. We doorkruisten de Marche en Umbrië. En in Toscane vonden we ons droomhuis. Prachtig perceel, vlakbij Cortona en super smaakvol gerestaureerd. En ze moesten het snel kwijt. Op onze rit naar huis werkten we ons door de eerste hagel- en sneeuwbuien heen. Hm… dat is dus ook Italië.

Na weken van corona lockdown reizen we in juni af naar Elba. Het droomhuis met de lange zomers, met een fenomenaal uitzicht over zee, ligt daar op ons te wachten. Met alleen maar Italiaanse toeristen op de boot en onze mondkapjes op zetten we voet aan wal. We treffen een prachtig eiland aan, kristalhelder water en honderden uitnodigende baaitjes. We mogen een aantal nachten proefslapen in het huis. De eigenaar is zelf niet in staat te komen, maar hij heeft wat aandachtspunten en instructies op een tiental A4tjes naar ons toe gemaild. En dat blijkt niet overdreven.

Het huis is niet per auto bereikbaar. Sterker nog, alleen te voet of met de quad. Die laatste staat op ons te wachten op de parkeerplaats. Startinstructie, wat je er wel en vooral ook niet mee moet doen, alles is uitgebreid beschreven. Lieuwe krijgt het ding ook nog aan de praat en met een bak vol koffers en tassen die met touw en elastiek bij elkaar worden gehouden gaan we op weg. Het pad is anderhalve kilometer lang en ik loop voorop. Mogelijk hebben moeflons en wilde zwijnen het pad onbegaanbaar gemaakt, was de waarschuwing. Na de eerste bocht geef ik het al op. Moet over dát smalle paadje een quad rijden? Vlak naast de quad loopt de bergwand steil naar beneden en verdwijnt in het ravijn. Los van het wild is dit pad überhaupt niet geschikt voor een quad. Dat ding is trouwens een automaat en bepaalt zelf wanneer hij rijdt en stopt en dat maakt de situatie nog gevaarlijker. Maar Lieuwe zet door. Omdraaien of in de achteruit is trouwens onmogelijk dus veel keus hebben we niet. Hier en daar blijkt het pad vervangen te zijn door een hangende metalen plaat of wat balkjes die ooit stevig waren vast gezet. Lang geleden.

Maar het huis is geweldig. Met een fantastisch privé panorama over een tuin van oude druiventerrassen, nog uit de Romeinse tijd, omlijst door cipressen en bos en eindigend in de azuurblauwe zee. De muren zijn bezaaid met dikke zwarte rupsen waar ongetwijfeld prachtige vlinders uit zullen komen. En de citroenbomen hangen vol fruit, zo ook de vijgen en olijven. Langs de muren spotten we gekko’s die de muggen op afstand houden. Ok, het water uit de kraan is vooral ijskoud. Via het tuinpad ondernemen we een tocht naar de calla onder aan de berg. Het is maar een paar honderd meter maar verstrikt geraakt in braam en kreupelhout moeten we het opgeven. Niet door te komen. Tijdens een andere wandeling verlies ik een schoenzool. Het pad is te ruig. En mijn schoen blijkbaar te oud. Op sokken ga ik verder.

Na een etentje komen we in het donker terug op de parkeerplaats. Oh jee, hoe moet dat nu in het bos over het onverlichte pad? Met de zaklamp op onze telefoon zoeken we onze weg. Ik klem me stevig vast aan Lieuwes arm, als de dood om oog in oog te komen met moeder zwijn. We horen ze om ons heen schuifelen en ik sta doodsangsten uit. En dan ineens; allemaal oogjes op ons gericht. Links, rechts, voor ons uit, overal zien we de lichtjes. Ik houd het bijna niet meer en focus me met alle macht op het pad. Doorlopen nu! Maar Lieuwe is verrukt: vuurvliegjes! Dat zie je nooit, en voor ik hem kan tegenhouden zwaait hij met de telefoon in het rond om ze in het licht te vangen. Hou dat ding op het pad! roep ik uit. Het is fantastisch allemaal maar ik wil naar huis, huil ik nog net niet. Geen safari nu. Als eenmaal de poort achter ons dichtvalt komt mijn hartslag langzaam tot rust. De zoektocht naar het ideale vakantiehuis is nog niet ten einde. Wordt vervolgd.

maandag 5 oktober 2020

Stukje fietsen

Op mijn nieuwe plek in Joure krijg ik het gevoel dat ik nieuwe lijnen moet gaan uitzetten. Verbindingslijnen met de plekken die ik goed ken, een warm hart toedraag of waar ik graag ben. Mijn omgeving verken ik bij voorkeur lopend of op de fiets en ik sla dan geen enkel paadje over. Voor een vrouw houd ik er dan ook een aparte hobby op na: kaartlezen. Of ik het goed kan is discutabel, maar ik doe het in ieder geval met veel plezier.

Voor september komen er een paar mooie dagen aan; niet veel wind en ook nog boven de 20 graden, dus ik plan een tochtje met de e-bike. Natuurlijk moet ik een doel hebben en dat wordt het ouderlijk huis van mijn vader in De Bilt waar mijn oom en tante wonen. Althans, dat neem ik me voor. Volgens de ANWB routeplanner is het minimaal 150 kilometer. En ik moet de volgende dag weer terug zijn. Hm.

Wat als ik het niet haal? Of een ongeluk krijg onderweg? Dat is me al een paar keer overkomen, maar toen was het wel glad. Vroeger fietste ik op de racefiets zonder problemen van Rotterdam naar Wijchen maar da’s wel meer dan 30 jaar geleden. Kan ik überhaupt nog wel zo lang op een fiets zitten? De dag begint stralend, geen pijntjes of gekkigheid en geen excuus: ik ga fietsen. Extra batterij mee want anders haal ik het niet, brood gesmeerd, tandenborstel mee, geen flesje voor water meer gevonden, nou ja, dan maar niet. Dat halen we onderweg wel. Dikke kus en er vandoor.

Het is heerlijk fietsen maar ik moet mezelf telkens inhouden om mijn energie wat te sparen. Na ruim twee uur trappen ben ik in Emmeloord en ik val bijna flauw van de honger en dorst. Maandagochtend en nergens in de Noordoostpolder een flesje water kunnen vinden. Ook in het centrum lijkt alles dicht behalve de altijd gezellige Hema met gelukkig heerlijke koffie en taart.  De Hema blijkt tevens het hoogtepunt van Emmeloord te zijn dus het rondkijken laat ik verder voor wat het is.

Het tweede stuk gaat gek genoeg veel beter. Genoeg calorieën binnen, een fantastische route en ik voel me weer helemaal 20. Ik passeer het Ramsdiep, Kampen en volg de Randmeren. Maar dan is de accu leeg en kom ik letterlijk met beide benen weer op de grond. Even accu wisselen en ook de benen strekken want wat heb ik een stijve kont gekregen. In Elburg lijkt het nog helemaal vakantiehoogseizoen want het is een gezellige drukte. Ik eet mijn boterham op een bankje in de zon bij de haven en stap weer op mijn fiets.

Nu moet ik toch nog een keer pauzeren voor de laatste ruk naar De Bilt. Via de app heb ik mijn aankomsttijd al een uur bijgesteld. Na Harderwijk, bij Strand Nulde ligt een hotel aan het water en ik vind dat ik nog wel een koffie heb verdiend. Fiets geparkeerd, fietstas onder de arm, extra accu onder de andere. Tussen de 60 plussers die van het leven aan het genieten zijn zoek ik een coronaproof plekje op het terras. Blijkbaar ben ik de enige die zich hier druk over maakt óf ik ben in een hele grote familie beland want het terras is afgeladen vol.

Ter hoogte van Bunschoten Spakenburg gaat de laatste boterham erin, bij een bushalte. Als de nood hoog is dan zijn we niet meer zo kieskeurig wat locatie betreft. Nu is het niet ver meer, spreek ik mezelf moed in. Bij het toilet van het hotel heb ik al wat fysieke schade kunnen vaststellen, laten we zeggen ‘slijtageplekken’. Maar ik ruik stal en dat helpt. Ondertussen houd ik de capaciteit van de accu angstvallig in de gaten. Maar hopen dat ik het red.

De doorgaande weg blijkt afgezet en ik wordt op sleeptouw genomen door een meneer die wel weet hoe je met de fiets aan de andere kant van de snelweg kunt komen. Als ik vertel dat ik uit Joure kom, kijkt hij mij glazig aan. Joure in Friesland? Ja, die Joure. De laatste kilometers blijken toch het zwaarst, maar dat heb je als je juist dan in het bos een verkeerde afslag neemt. De dame van google wil constant dat ik omkeer maar dat gaan we niet doen. Mijn gevoel zegt rechtdoor, dan rechtsaf en dan moet het goed gaan. Ondertussen zie ik nog meer van Baarn, Den Dolder en Bilthoven dan ik al van plan was.

Om zeven uur meld ik me twee uur te laat en met 160 km op de teller bij het tuinhek van mijn oom en tante. Ze onthalen me gastvrij op pizza en taart, nog net geen kinderfeestje. En natuurlijk moet ik blijven slapen, kan best. Dit heb ik vroeger ook wel eens gedaan en met plezier haal ik herinneringen op. Maar dan zie ik ook hoe de ouderdom hen niet voorbij is gegaan en wat een moeite sommige dingen hen nu kost. Wat fijn dat ik toch ben gegaan en we maken er een gezellige avond van.

Na het ontbijt besluit ik ondanks de schade toch terug te fietsen. Als het straks echt niet gaat dan pak ik wel de trein, ik wil dit afmaken. Het mooie weer van gister is ook voor vandaag voorspeld maar bevindt zich vooral in het noorden van het land. Fietsend door dikke mist ben ik binnen no time helemaal verkleumd en ik moet mijn hoofd schudden om de mistdruppels van mijn wimpers te krijgen. Geen behoefte aan camouflagevlekken.

Bij Zeewolde heb ik er genoeg van. Op het terras van een bakker raak ik in gesprek met een andere fietser. Een echte, met racefiets en gps. Hij komt uit de buurt van Arnhem en maakt ook een tweedaags rondje. Ook hij kijkt me glazig aan als hij hoort wat mijn doel is. Zijn blik gaat van mijn fiets naar die van hem en ik vraag me af wat hij denkt. Dan zegt hij dat zijn vrouw sinds kort ook een e-bike heeft en ze nu weer samen kunnen fietsen dus. Ja, ik begrijp ‘m.

Met Lieuwe spreek ook nog af voor een gezellige koffie in Zwartsluis. Maar miscommunicatie en wegafzettingen gooien roet in het eten. Hij moet naar een afspraak en heeft alleen nog tijd om te zien dat ik nog leef en ik krijg een dikke kus. Friesland blijkt op de terugweg nog verder weg dan op de heenweg want ik raak verdwaald rond de Weerribben. Er zijn smalle paadjes met bruggetjes afgezet in Ossenzijl, ook voor fietsers, om de bewoners te beschermen. Geen corona-toeristen toegestaan. Met de dame van google zoek ik een andere route. Maar weer wil ze me terugsturen. De coronabordjes kan ze blijkbaar niet lezen.

Op gevoel kies ik dan maar in de avondschemer een richting waarvan ik hoop dat het ‘noord’ is. Het wordt al donker, het Tjeukemeer is een zwarte vlek en ik ben al uren de enige op het fietspad. De fiets mag me nu niet in de steek laten en met mijn allerlaatste kracht sleep ik me voort. Tegen half negen rol ik eindelijk ons grindpad op, uitgeteld, met ruim 180 km op de teller. Klus geklaard en lijntje uitgezet.

maandag 31 augustus 2020

Empty nest

Zo kan het leven je ineens weer totaal verrassen.

Vorige week kwamen wij in een euforische stemming thuis van onze vakantie. Het was heerlijk in Spanje, ondanks alle coronamaatregelen. Met als souvenir in onze koffer… een vakantiehuis! Hoe dat allemaal ging is een apart verhaal, dat bewaar ik voor een volgende blog.

De tijd dringt echter want binnen een maand moeten we ons huis in Arnhem ontruimd hebben voor de nieuwe eigenaar, een appartement hebben gevonden en verhuisd zijn. De avond na onze terugvlucht van vakantie heb ik de sleutel en het contract van een mogelijk appartement in mijn handen. Maar tijdens het avondeten concludeert mijn zoon dat hij eigenlijk wel bij papa wil gaan wonen. Punt.

Dat is even slikken. Natuurlijk, hij gaat een keer het huis uit. Huizén in zijn geval want hij woont zowel bij zijn vader als bij mij. Maar dat zou op z’n vroegst over een jaar zijn als hij klaar is met zijn middelbare school, toch? Het loopt blijkbaar anders. En ik mag blij zijn dat hij zijn wensen durft aan te geven, weet wat hij nodig heeft en hoe hij zijn examenjaar wil invullen. En hoppen van het ene huis naar het andere hoort daar niet meer bij. Een appartement is niet meer nodig.

Nog beduusd van de nieuwe situatie retourneer ik de sleutel en het contract. Want behalve vertrekken uit ons prachtige huis in het Spijkerkwartier, waar we zoveel hebben genoten en meegemaakt, vertrek ik nu dus ook uit Arnhem zelf. En dat kost me best veel moeite merk ik. Dat mooie Arnhem met die fantastische omgeving waar ik al meer dan 25 jaar rondloop en zo van houd. Opgeteld kom ik tot de conclusie dat dit mijn 20e verhuizing is. En het zal vast niet de laatste zijn.

In het weekend beginnen we met inpakken. En het maken van keuzes: Joure of Spanje. Het serviesgoed: Joure of Spanje. Boeken; Joure of Spanje. Beddengoed; Joure of Spanje. Of Marktplaats. Pfff… nog een hele uitzoekklus al met al. Ik zou dit met het allergrootste plezier moeten doen, vind ik. Maar waarom lukt dat nu niet en zitten de tranen zo hoog?

Het antwoord daarop weet ik natuurlijk wel. Moeders is niet meer nodig. Ik ben op klaarlichte dag overvallen. Door het Empty Nest Syndroom.

maandag 4 mei 2020

Here I come!

'Australia, here I come!' Althans, dat zou ik zeggen als ik mijn dochter Floor was.
Oef, het is niet helemaal waar ik me op ingesteld had.
Eindelijk heeft ze, op haar 22e, een studie gevonden. De selectie gedaan, glansrijk geslaagd en een plekje veroverd voor komend studiejaar. Maar dan komt daar die leuke jongen langs. Een Nieuw Zeelander, vertrokken naar Sydney voor een baan en met het gros van zijn familie op de Fiji-eilanden. (Kan het nog verder weg?!)
Einde mooie plannen.

Tijdens deze corona-maanden is er genoeg ruimte en tijd voor contemplatie. Vorige week werd aan de leden van mijn kibbutz-facebookgroep gevraagd: wat heeft de kibbutz ervaring voor je betekend in je verdere leven? Nou, om dat antwoord te geven ben ik even gaan zitten. En ik was niet de enige.

Ik was toen 21, zo groen als gras, maar heb daar zoveel van geleerd. Natuurlijk over vriendschap, zelfredzaamheid, natuur, geschiedenis en andere culturen. Fysieke arbeid. Oorlog en vrede. Idealisme en de harde realiteit. Waarin wij als mens van elkaar verschillen maar vooral ook wat ons verbindt. Het is om meer dan één reden een onvergetelijke ervaring geweest. Hoe vaak denk ik daar niet aan terug en ben ik blij dat ik toen die avontuurlijke stap heb gezet? Het heeft me voor een belangrijk deel gevormd wie ik nu ben. Het is ook zeker afzien geweest (voor degene die mijn boek heeft gelezen), maar ik had het niet willen missen. Sterker nog, ik wens iedereen zo'n onvoorspelbare buitenlandervaring toe. Wel ietsje minder heftig misschien ;-)

Dus wat zou ik nu zeuren als moeder! Ik moet blij zijn voor mijn meisje dat ze haar hart wil volgen, in het diepe wil springen, de onzekerheid aan durft te gaan, de wereld wil ontdekken. Ze kan nu nog niet weg, corona als spelbreker, maar ze heeft al laten zien hoeveel ze in wil zetten. Dus ze wacht vol ongeduld, maar ze wacht. Ik ben trots op haar, haar avontuur is al begonnen.

Dus: 'Watch out Australia, here she comes!'

maandag 24 februari 2020

Maternité intimité


Mijn gast, we noemen hem Kurt, komt uit Duitsland. Een man van begin 60 schat ik. Als hij voor het intakegesprek bij me aan tafel zit, legt hij mij het doel van zijn bezoek aan Arnhem uit. Zijn broer woont hier een straat verderop en hij is gekomen om zijn broers afscheid voor te bereiden. Zijn afscheid van het leven.

Deze broer woont al 30 jaar in Arnhem en is nu terminaal. Je ziet het niet meteen aan hem maar de ziekte is niet meer te stoppen. Ik zie de pijn in de ogen van Kurt als hij mij het verhaal verteld. Deze twee dagen probeert hij nog zoveel mogelijk bij zijn broer te zijn, de volgende keer zal definitief de laatste keer zijn.

Kurt is blij met de accommodatie. Heel gezellig en sfeervol, zegt hij. Jammer dat zijn vrouw er nu niet bij is. Mag hij wat foto’s maken van de woonkamer? Ja hoor, ik vind het al heel fijn dat hij zich zo thuis voelt. Tijdens ons gesprek vraagt hij mij of ik bekend ben met Hospice Rozenheuvel in Rozendaal. Nou en of, dat heeft meer dan tien jaar in mijn achtertuin gelegen, dat zou een hele fijne plek zijn voor zijn broer om te mogen verblijven. Het is bijzonder hoe dichtbij zijn verhaal ineens voelt.

Bij het ontbijt zet ik mijn favoriete piano muzieklijst op. Terwijl ik in de keuken aan het rommelen ben komt Kurt ineens binnen. Die muziek, zegt hij, weet ik wel van wie dat is? Het is prachtig en geeft helemaal zijn melancholieke stemming weer. Hij is er helemaal ontdaan van. Ik ken de componist en Kurt blijkbaar ook. Of ik ook het filmpje ervan heb gezien, vraagt hij dan. Filmpje? Ik heb geen idee. Kurt zal me de link sturen als hij weer thuis is, hij vindt dat ik dat moet zien.

Een dag of wat later krijg ik inderdaad een mailtje van Kurt. Ik bekijk het filmpje en het is prachtig. Dat de muziek bij hem binnenkwam kon ik me al voorstellen maar nu met de beelden erbij… Een vrouw heeft een meisje in haar armen en ze doen een soort dans in het water. Alles in het tijdloze zwart wit. Rond en rond gaan ze. Het meisje heeft de ogen gesloten, alle vertrouwen in de handen van haar moeder gelegd.

Ik bedank Kurt voor het filmpje en mail hem meteen ook een link van een schilderij waar de beelden mij aan deden denken. Was het hem opgevallen dat ik schilder? Jazeker, hij had de doeken in de eetkamer wel gezien. Hij mailt weer terug dat hij op internet wat van mijn werk heeft gevonden en of ik dat schilderijtje met de drie musjes genaamd ‘familie mus’ nog heb. Nee helaas, maar ik heb nog wel een roodborstje, het paneeltje staat in mijn eetkamer. Ik stuur een foto, Kurt vindt het prachtig en wil het dolgraag hebben. Iets tastbaars uit Arnhem, een herinnering die je wilt koesteren aan een tijd die voorbij gaat.

Het verhaal van Kurt heeft me aan het denken gezet. En ik zet een schilderij op. Een herinnering die ik wil koesteren, tastbaar gemaakt in verf. Tot leven gewekt.

(Muziek: Jóhan Jóhannsson ‘Flight from the city’. Schilderij waarnaar ik refereerde: Eugène Carrière ‘Maternité intimité’. Afgebeeld schilderij is van mijn hand.)



maandag 10 februari 2020

Winterwandeling


We hebben ons voorgenomen om de Slachtemarathon te lopen deze zomer en daarvoor moet getraind worden natuurlijk. Ook al staat er een flinke winterse storm op het programma, we laten ons niet afschrikken en trekken de wandelschoenen aan.

Onder een waterig zonnetje en met een straffe wind in de rug lopen we richting het noorden. Zelfs tijdens zo’n eenvoudig rondje van een kilometer of 20 kan je nog van alles beleven, blijkt maar weer. Halverwege onze tippel houden we halt bij een leuke strandtent in Ibizastijl. In Bergen aan Zee struikel je over dit soort gelegenheden maar hier in Friesland zijn ze redelijk uniek. Ondanks dat het februari is en de zee overigens ver te zoeken, kan je hier zelfs een heerlijk Jacuzzi Arrangement boeken. Met bubbels, uiteraard.

Terwijl wij van koffie en taart genieten, melden er zich een viertal dames dat zich terugtrekt in het toilet om daarna weer giechelend in bikini en badjas tevoorschijn te komen. De jacuzzi staat al naast het meer te dampen, is zelfs wat te heet opgestookt en wordt haastig met een paar emmers ijsblokjes gekoeld. De dames weten hun schouders net onder water te krijgen en hun dag kan niet meer stuk. Als we weer vertrekken maak ik van het bijzondere tafereel nog gauw even een foto, met hun toestemming. Ook in de winter kan je je in Friesland prima vermaken in de buitenlucht.

Onze terugweg is iets minder zonnig en de wind komt nu van voren. Mijn lief krijgt ineens last van zijn teen en ik voel weer die verdraaide blaar op mijn hiel. Het lijkt wel of mijn huid onthoudt waar ooit een blaar gezeten heeft zodat die op cruciale momenten weer tot leven gewekt kan worden. Maar we zetten door, moeten ook wel want een bus rijdt hier niet. We kiezen de route over het grindpad langs het water en verbijten onze pijn.

In het weiland zien we ooievaars, Canadese Brandganzen en natuurlijk schapen. Dan ontstaat er ineens paniek en de schapen stuiven uit elkaar. Op het talud naast de sloot is een schaap omgevallen en ze ligt met vier pootjes omhoog hulpeloos te spartelen. ‘Nog even en dat schaap rolt de sloot in, daar kan je op wachten’, zegt mijn lief. Opstaan lukt het schaap niet meer. Haar vacht is te dik en te zwaar, ze ligt in ‘onmacht’. Het is net een Michelinpoppetje op zijn kant en actie is geboden. Terwijl ik met nog een paar wandelaars toe kijk baant mijn lief zich een weg door het riet, klimt over het hek en beent op het schaap af. Met een ferme ruk aan haar vacht zet hij het arme dier heel behendig weer op de pootjes en als dank sprint ze meteen weg. Op een veilig afstandje draait ze zich om en bekijkt ze samen met de andere schapen haar redder in nood.

Ik voel me net zo’n nitwit als die andere wandelaars. Ze waren al naar naastgelegen boerderij gelopen maar er was niemand thuis. Dus wat kun je dan doen, he? Maar daarin is mijn lief heel duidelijk en hij legt uit; ‘Kijk naar dat erf. Dat is geen boerderij in bedrijf, meer een terrein met wat opslag. Die schapen zijn van iemand die dat weiland huurt en als je niks doet dan gaat dat schaap sowieso dood. Je hebt ook geen idee wanneer de eigenaar weer komt kijken dus je moet dat schaap hoe dan ook helpen.’ Mijn nuchtere Fries. Ik leer elke dag weer wat bij.

Na deze onderbreking nemen we in het volgende idyllische dorp een kijkje bij het restaurant aan de sluis. Er is blijkbaar een begrafenis gaande. Op het terras staat een groep koorzangers hun meerstemmige stuk te repeteren en het klinkt prachtig. Dan horen we hoefgetrappel. ‘Daar komt de kist’, zegt mijn lief want dat ontbrak er inderdaad nog aan. Maar nee, het is een Friese tweespan. Opeens horen we gekletter en zien we dat één van de paarden onderuit gaat op het natte wegdek. ‘Oh wat zielig’, roep ik uit. Maar het paard krabbelt weer op en iets rustiger nu zetten ze hun tocht voort. Terwijl steeds meer genodigden aan komen lopen krijg ik een associatie met de oude film Fanfare die zich in Giethoorn afspeelt toen dat nog pittoresk was. Maar aangezien we hier geen koffie zullen krijgen gaan we weer verder.

De zon heeft nu plaats gemaakt voor stevige regenwolken en mijn jas is zo te voelen niet waterdicht. Mijn lief ziet niets meer door de regen op zijn bril. We slaan een pad in dat dwars door de weilanden voert en hopelijk de kortste weg is naar huis. Met het vooruitzicht op een warm huis, droge kleren en hete koffie werken we ons door de horizontale regen. Deze wandeling was zeker niet saai en in ieder geval heel verfrissend.

donderdag 19 december 2019

De meeste mensen deugen

Met mijn boekenclub net het zeer interessante boek van Rutger Bregman gelezen: 'De meeste mensen deugen'. Van sommige boeken word je heel blij en dit is er één van. Met een hele toepasselijke titel, ook wat mijn B&B betreft.

Vanmorgen heb ik de laatste gast van dit jaar uitgezwaaid. Een Roemeen. Hij was naar Arnhem gekomen om een afgedankte vrachtwagen te kopen en rijdt die vandaag naar Servië waar hij vast nog een lange carrière tegemoet gaat. De vrachtwagen bedoel ik.

Dit eerste jaar van de B&B was heel bijzonder. Ik heb letterlijk mijn huis opengesteld voor hele diverse mensen. Het was ergens een sprong in het diepe. Je weet tenslotte niet voor wie je de deur opent als de bel gaat. Vrouwen zijn vaak de boekers, maar dat wil niet zeggen dat zij ook altijd de gast zijn. Zeker drie keer opende ik de deur voor een Marian, Claudia of Catalin... en bleek de gast een man te zijn. Maar ook dat went.

Er kwamen zussen langs, zo herkenbaar enthousiast, elkaar aanvullend en in de rede vallend zoals alleen zussen dat kunnen.
Dan waren er heel veel fietsende Duitsers, van allerlei leeftijden, op racefiets of e-bike die met veel gepuzzel een plekje in mijn halletje vonden. En af en toe bij een fietsenmaker in de Steenstraat.
De Canadese Mountie, die als enige van haar groep was ingeloot om de Nijmeegse 4 Daagse te lopen. En graag bij de Nederlandse politie wilde solliciteren.
Het jonge Nederlandse stel dat een adoptietraject in zou gaan.
Iemand met een héle Arabische naam. Het bleek een vrouwelijke huisarts te zijn die voor een cursus kwam.
Dan de manager die het roer wilde omgooien en een opleiding tot yogadocent volgde.
Het stel uit Groningen met problematische kinderen, een halve boerderij en drukke baan op de universiteit.
De pathologe uit Maastricht die haar ontbijt met chirurgische precisie op haar bord rangschikte. Beroepsdeformatie gaf ze toe.
De Braziliaan en de Duitse, die elkaar ergens halverwege de wereldbol ontmoeten en hoorbaar hebben genoten van hun liefdesnest.
De Russen die een google review achterlieten... in het Russisch maar met google translate kwamen we er wel uit. Ze vonden de krakende vloeren blijkbaar heel authentiek.
De Amerikaan die in Arnhem studeert en zijn Tsjechische prinses niet op zijn studentenkamer wilde ontvangen.
De Oostenrijkers die ik uiteindelijk voor een spoedbehandeling naar het ziekenhuis heb gestuurd.
De meneer die elke maand uit Thailand overkomt om zijn hoogbejaarde moeder in Velp te bezoeken.
Het stel dat teruggekomen was van hun expat verblijf in Australië en eindelijk weer eens met z'n tweeën een weekendje weg kon.
De Duitser die Burgerszoo beter kent dan ikzelf.
Een paar advocaten met een rechtszaak in Arnhem.
De bourgondiërs die feest vierden op het oude Kema-terrein, en waarvoor ik taxichauffeur speelde.
De muzikale Amerikaan die speciaal voor een concert een tussenstop in Arnhem maakte.
Nog een stel binnenschippers voor een concert, anderen voor Phil Collins, voor het Piratenfeest, voor John Bon Jovi.
De Duitse hoveniers die niet alleen hun liefde voor tuinen met elkaar deelden.
En al die andere mensen...Meer dan honderd heb ik over de vloer gehad.

Zoveel mensen met hun eigen taal, karakter, verwachtingen en soms verhalen. Het principe van Rutger Bregman, om de ander met vertrouwen tegemoet te treden waardoor je dat vertrouwen aanspreekt, heb ik het afgelopen jaar doorlopend in de praktijk gebracht. En ik geloof dat als je een ander het vertrouwen geeft om zich in jouw huis en omgeving te begeven, dat dit vertrouwen niet wordt beschaamd.

Voorlopig heb ik wat dat betreft gelijk gekregen. Is dat geen fijne Kerstgedachte?
Fijne feestdagen allemaal en een heel positief 2020 gewenst!

maandag 11 november 2019

Kapperkwesties

Ik noem mezelf een loyaal persoon. Zo ben ik opgevoed en dat vind ik ook een prettige houding. Ik draag de middenstand waar ik woon een warm hart toe en ook daaraan blijf ik graag loyaal. In plaats van bestellen via internet stimuleer ik liever de lokale economie. Maar met al die verhuizingen is dat wel eens een uitdaging.

Ruim twintig jaar geleden zocht ik een kapper in de buurt van mijn dorp Schaarsbergen. Een vriendin raadde een kapper in Oosterbeek aan. Ik er naartoe en het was in één woord geweldig. Deze kapper had in het Gooi niet misstaan. Je werd in de winter onthaald met een knappend haardvuur (gashaard, maar toch) en in de zomer af en toe met een glaasje bubbels. Al die egards kon ik wel waarderen. Oké, hij was niet de goedkoopste maar de laatste roddels van de Oosterbeekse jetset kreeg je er gratis bij.

Nadat ik al een tijd naar Velp was verhuisd, en nog steeds mijn ritjes naar Oosterbeek maakte, vond ik dat het toch tijd werd om de overstap naar mijn nieuwe dorp te maken. Daarbij had mijn dochter ook af en toe een kapper nodig. Ik vond er één die je verwendde met cappucino, een hoofdmassage zat standaard in het pakket en je kon ook een dutje doen terwijl je haar in een warme handdoek met conditioner was gewikkeld. Voeten omhoog en wilt u nog een tijdschrift? Geweldig.

En toen kwam de verhuizing naar Arnhem en Heerenveen. Ik ben Velp in eerste instantie nog even trouw gebleven maar ze zaten wel vaak vol als ik last minute geknipt wilde worden. Toch  maar een keer naar de kapper van Heerenveen dan. En weer was het verwennen geblazen. Haren in de highlights? Dan zetten we u even voor de televisie. Nog een cappuccino of iets anders? Ook de Friese kappers babbelen dat het een lieve lust is, het is blijkbaar onderdeel van het vak.

Maar nu in Joure. Weer een verhuizing. Weer een dilemma. Blijf ik Heerenveen trouw? Of ga ik weer switchen. Wat is loyaliteit als je zo vaak van adres verandert?
Toch maar de knoop doorgehakt en weer een nieuwe kapper gezocht. Mijn lief is goed geknipt door een random kapper waar hij zomaar naar binnen liep, dus ik spreek op een ochtend af met de salon.

De zaak is leeg, alleen de eigenaar is aanwezig. Achterin een ijskoude zaal neem ik plaats. We bekijken de toestand van mijn haar en de kapper vraagt wat ik wil. Ik geef hem alle ruimte om zijn inzicht toe te passen en vraag me intussen af of hij dit werk eigenlijk wel leuk vindt, maar vooruit.
Het haar wordt gewassen en geknipt. Ik krijg geen massage. Er zijn geen tijdschriften. Koffie? Niet gezien. Een lachje of een babbeltje? Het kan er niet af.

Maar wat kan die kapper knippen zeg! Vakkundig laat hij zijn vingers door mijn haar gaan, stelt een bepaalde strategie voor en begint te knippen. Met een zuinig mondje keurt hij na elke knip het resultaat van zijn werk. Het ontdooien laat hij aan mij over.
Na 20 minuten zit het erop. We lopen het hele eind weer terug naar de kassa en ik mag een godsvermogen afrekenen. Maar wie zeurt er nog... mijn haar zit geweldig! Deze kapper mag blijven.